Wiam Al-Zabari over eerlijk betalen als filmmaker en programmeur
Wiam El-Zabari studeerde af als regisseur aan de HKU, heeft een achtergrond in dans, maakte fictie en documentaires, gaf zeven jaar les en won in 2023 het Gouden Kalf voor de korte documentaire Mijn vader, Nour en ik. Tegenwoordig werkt hij ook als programmeur bij het Nederlands Film Festival, in loondienst, van april tot oktober, waar hij meebouwt aan de selectie en de grote industrietalks. ZZP’er is hij al sinds 2000.
Jezelf inschalen
Hoeveel vraag je voor je werk? Wiam vond dat altijd lastig. “Vanaf mijn tijd als danser al. Hoe schaal je jezelf in?” De ketentafel bracht hem houvast. Toen hij ontwikkelgeld aanvroeg bij het Filmfonds en een dagprijs moest opgeven, inventariseerde hij gewoon: hoeveel films heb ik gemaakt, wat zijn de criteria, waar sta ik? “Ik kwam op een eerlijk bedrag uit. Dat heb ik met de producent besproken, en dat is het bedrag dat ik nu krijg.” Ook zijn werk voor Het Klokhuis heeft een vaste dagprijs. “Door de ketentafel weet ik: dit klopt, of dit voelt niet goed. Dat is een baseline.”
De tijd die je niet betaald krijgt
Toch zit er een pijnpunt dat dagprijzen alleen niet oplossen: ontwikkeltijd. Wiam werkte twee jaar gratis aan een lange documentaire voordat hij überhaupt een ontwikkelaanvraag kon indienen. “Je moet al zoveel geschreven en onderzocht hebben voordat je in aanmerking komt.” En als het geld er dan eindelijk is: twintig dagen om een plan te schrijven. “In twintig dagen krijg je gewoon niet de rijkheid die we met z’n allen nodig hebben.”
Wiam weet dat als geen ander, want hij zit zelf ook aan de andere kant van de tafel. Als commissielid voor lange documentaires bij de NPO en bij het Filmfonds ziet hij wat een rijk plan doet. “Je voelt aan een aanvraag hoe rijk die is. En rijkheid maakt meer kans.” Maar rijkheid kost tijd. En die tijd wordt nauwelijks betaald. Toen hij meedeed aan een talentprogramma van het Filmfonds, kreeg hij de vraag: kun je dit wel doen, nu je ook programmeur bent bij het NFF? “Maar lieve mensen, wat wij als regisseurs krijgen voor ontwikkeling, daar kan ik niet van leven. Dus ik moet er iets naast doen. En dan word je daarop afgerekend.”
Wat er moet veranderen
Meer geld is een makkelijk antwoord, zegt hij zelf. Wat hij echt mist: inzicht in ontwikkeltijd. “Naast de dagprijzen zouden we met elkaar ook in kaart moeten brengen: wat kost het eigenlijk om een rijk filmplan af te leveren? Hoeveel tijd heb je daarvoor nodig? Hebben we dat inzicht?” Wat Wiam betreft is dat de volgende stap.