Doreen Boonekamp en Noud van de Rhee over eerlijke beloning, de bijzondere samenwerking aan de Ketentafels en waarom Filmwerkwijs meer is dan een website.
De film- en audiovisuele sector werkt grotendeels met tijdelijke teams. Iedere film, serie of andere productie wordt per project gefinancierd en georganiseerd. Dat maakt de sector dynamisch, maar ook kwetsbaar. Voor veel werkenden ontbreken een vaste werkgever, een cao en een centraal aanspreekpunt. Bovendien zijn bij het maken, financieren en vertonen van film- en AV-producties veel partijen uit binnen- en buitenland betrokken. Hun bijdragen hebben grote invloed op de beschikbare budgetten en tarieven. Hoe zorg je er dan voor dat afspraken over eerlijke beloning en goede werkomstandigheden niet alleen op papier staan, maar ook echt worden gebruikt?
Doreen Boonekamp is sinds september 2022 voorzitter van de Ketentafel Film/AV-productie en sinds 2024 ook van de Ketentafel Filmfestivals. Daarnaast is zij kwartiermaker van de pilot Filmwerkwijs. Vanuit deze rollen werkt ze nauw samen met Noud van de Rhee, programmamanager fairPACCT bij Platform ACCT. Samen vertellen ze hoe jaren van overleg hebben geleid tot een praktisch platform voor de hele sector.
Samen bepalen wat eerlijk is
De basis is de Fair Practice Code, die is opgesteld door de culturele en creatieve sector en wordt beheerd door Kunsten ’92. Platform ACCT helpt verschillende delen van de sector om de uitgangspunten uit die code te vertalen naar praktische afspraken en hulpmiddelen. Binnen het programma fairPACCT ligt de nadruk specifiek op fair pay: eerlijke beloning.
“Dat begint niet met een rekentool, maar met openheid,” zegt Noud. “Aan de gesprekstafels, die we Ketentafels noemen, brengt fairPACCT alle betrokken partijen samen om te bepalen wat fair pay in hun eigen sector of beroepsgroep betekent en wat daarvoor financieel nodig en mogelijk is.” Doreen vult aan: “Als mensen elkaars positie en risico’s begrijpen, ontstaat ruimte voor oplossingen.”
Dat is in de filmsector extra complex, omdat bij één productie tientallen beroepsgroepen betrokken zijn. “Bij de eerste bijeenkomst zaten ongeveer veertig vertegenwoordigers van onder meer bonden en beroeps- en brancheverenigingen. En zelfs toen waren we nog niet compleet,” vertelt Noud. “Juist daarom is de samenwerking die is ontstaan zo bijzonder.”
Van begrippen naar concrete richtlijnen
De Ketentafels ontwikkelden een uitgebreid pakket aan richtlijnen en hulpmiddelen. Voor film- en AV-producties zijn er onder meer het Begrippenkader, de Leidraad Veilig en Gezond Werken, het Opdracht Kompas, de Rollengids en de Fair Pay Richtlijn zzp-starttarieven. Voor filmfestivals zijn er het Functiehandboek Referentiefuncties, de Fair Pay Salaristabel en Richtlijn zzp-starttarieven en de Standaard Basisregeling Secundaire Arbeidsvoorwaarden (SAV).
“Een tarief zegt weinig als niet duidelijk is voor welke rol het geldt, welke uren worden betaald en hoe lang een werkdag duurt,” legt Noud uit. Daarom moest eerst worden vastgesteld hoe zwaar verschillende opdrachten zijn. Een gespecialiseerd bureau paste daarvoor een methode voor werknemersfuncties aan voor zzp-opdrachten. “Veel experts dachten dat dit niet haalbaar was. Toch is het gelukt. Het Opdracht Kompas geeft makers en opdrachtgevers houvast: wat vraagt deze opdracht en welke beloning past daarbij?”
Die houvast is hard nodig. Onderzoek naar de extra kosten van fair pay laat zien dat bij film- en AV-producties gemiddeld 42 procent extra nodig is: 40 procent bij speelfilms en 67 procent bij documentaires. De gemeten genderloonkloof is 18,5 procent. “Dit zijn geen kleine verschillen,” zegt Doreen. “De afspraken moeten in de hele sector worden toegepast,met extra aandacht voor de rollen en typen producties met de grootste achterstand. Het is belangrijk om kennis en ervaringen te blijven delen en het gezamenlijke overleg voort te zetten, zodat we zien hoe de afspraken in de praktijk uitpakken en waar bijsturing nodig is.”
Van documenten naar een bruikbaar digitaal platform
De richtlijnen en hulpmiddelen zijn zorgvuldig opgebouwd, door onafhankelijke deskundigen getoetst en worden breed gesteund. Toch bleken ze in de praktijk lastig te gebruiken. Doreen: “De afspraken staan in omvangrijke documenten. Voor het Opdracht Kompas moet je bijvoorbeeld een groot, technisch spreadsheet doorgronden. Dat was een drempel voor deelnemers aan de Ketentafels, hun achterban én professionals die niet bij een branche- of vakvereniging zijn aangesloten.”
Filmwerkwijs brengt de afspraken daarom digitaal samen in twee routes: één voor film- en AV-producties en één voor filmfestivals. Met de digitale rekentool bepalen gebruikers stap voor stap een onderbouwd openingsbod of een passende salarisindicatie. De tool geeft per rol de afgesproken ondergrens. Ook toont hij ter vergelijking de bovenkant van de salarisschaal waarop de berekening is gebaseerd en beschrijft hij werkzaamheden, verantwoordelijkheden en belangrijke punten voor de onderhandeling.
“Onze fairPACCT-calculators boden te weinig ruimte voor zo’n uitgebreid instrument,” zegt Noud. “Daarom hebben we de ontwikkeling van een eigen versie gepauzeerd. Dubbel werk zou de sector juist verwarren.”
Een voorbeeld voor andere sectoren
De onderliggende kennis blijft verbonden aan Platform ACCT. Tijdens de pilot van Filmwerkwijs wordt onderzocht hoe werkenden en werkverleners, met elkaar in gesprek kunnen blijven. Ook wordt bekeken hoe de richtlijnen en hulpmiddelen goed kunnen worden onderhouden. Platform ACCT blijft algemene informatie bieden over wet- en regelgeving en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Ook blijft het de oorspronkelijke documenten met fair pay-afspraken voor alle delen van de sector publiceren. Hoe de taken precies worden verdeeld, wordt nog uitgewerkt.
Noud benadrukt dat de Ketentafel Film/AV-productie inmiddels als voorbeeld dient. De nieuwe Ketentafel voor verhalende audio gebruikt de ontwikkelde producten als vertrekpunt. “We hoeven niet voor iedere discipline opnieuw het wiel uit te vinden. De Ketentafel Film/AV-productie laat zien hoe een sector haar eigen hulpmiddelen kan blijven gebruiken en onderhouden. Filmwerkwijs is daarin een goed voorbeeld.”
Hij spreekt ook nadrukkelijk zijn waardering uit voor de deelnemers aan de Ketentafels. “Aan tafel ja of nee zeggen is één ding. Zo’n besluit verdedigen bij je eigen achterban is een hele klus. Dat geldt voor beroeps- en brancheverenigingen van werkenden, onafhankelijke producenten en de publieke omroep in zijn rol als producent. Alle partijen, ook bij de filmfestivals, hebben hun nek uitgestoken. Niemand uitgezonderd.”
Meer dan een website
Filmwerkwijs is meer dan een site met een rekentool en informatie. De pilot onderzoekt of het kan doorgroeien tot een duurzaam onafhankelijk sectorloket. Zo’n loket maakt de fair pay afspraken toegankelijk, brengt knelpunten in beeld, biedt ondersteuning en is een aanspreekpunt voor financiers, beleidsmakers en andere betrokkenen.
“Goede afspraken over fair pay krijgen pas betekenis als mensen ze kunnen vinden, begrijpen en in de hele sector toepassen,” zegt Doreen. “Dat is precies wat we met Filmwerkwijs willen stimuleren.”
Ze vervolgt “Maar daarmee zijn we er nog niet. Cruciaal is dat ook de financieringsmogelijkheden voor producties aansluiten bij wat fair pay in de praktijk vraagt. Daarvoor is naast de inzet van marktpartijen en fondsen ook de overheid nodig. De sector pleit al lange tijd voor een aanvullende economische maatregel, zoals een tax shelter, die private investeringen in producties stimuleert en ervoor zorgt dat dit geld in Nederland wordt besteed. Andere landen laten zien dat dit werkt. Tegelijkertijd moet de bestaande financiering op peil blijven, onder meer door jaarlijkse indexatie, en is een betere publiek-private samenwerking nodig om bijdragen beter te kunnen stapelen.”
De website, die de richtlijnen digitaal toegankelijk maakt, is de eerste stap. Nu wordt getest of deze aanpak werkt en wat de sector nodig heeft om de richtlijnen en hulpmiddelen blijvend te gebruiken. Ook wordt gekeken naar samenwerking met andere initiatieven in de sector en naar de manier waarop het toekomstige sectorloket de afspraken kan onderhouden en het overleg erover kan organiseren. De pilot loopt tot het najaar van 2026. De eerste bevindingen worden tijdens het Nederlands Film Festival besproken.
Voor Noud is de belangrijkste winst dat de sector zelf verantwoordelijkheid neemt. “Er is veel energie en steun om dit zelf voort te zetten. Ook het vertrouwen van OCW is bijzonder. Het laat zien dat de sector serieus werkt aan betere arbeidsvoorwaarden en kritisch naar zichzelf durft te kijken.”
Bron onderzoeksgegevens: PPMC Economisch Advies in opdracht van Kunsten ’92 (2025) en Universiteit Utrecht in opdracht van Vrouwen in Beeld en DAFF (2025).