Wat zijn de afspraken over veilig en gezond werken bij een productie?
Hier vind je de Leidraad veilig & gezond werken: duidelijke uitgangspunten die door opdrachtgevers en werkenden moeten worden vertaald naar de praktijk.
a. De uitgangspunten in de Leidraad hebben uitsluitend betrekking op de (werk)omstandigheden die zijn bepaald door de Opdrachtgever tijdens de ontwikkeling, Preproductie, Draaiperiode en Postproductie.
b. Werkzaamheden ten behoeve van Audiovisuele producties kunnen zowel plaatsvinden in daartoe geoutilleerde studioruimten als op andere binnen- en buitenlocaties in Nederland. De uitgangspunten in de Leidraad hebben geen betrekking werkomstandigheden in eigen studio’s of andersoortige (eigen) werkplekken van Opdrachtnemers (denk aan de inrichting van een eigen bureau of werkplek). Deze liggen namelijk buiten de invloedssfeer van de Opdrachtgever. De Leidraad is uitsluitend van toepassing op (Draai)locaties die door de Opdrachtgever zijn bepaald.
c. Deze Leidraad heeft betrekking op Werkzaamheden ten behoeve van Audiovisuele producties in Nederland. Bij Werkzaamheden in andere landen dient men zich te houden aan de daar geldende wet- en regelgeving, ook ten aanzien van (veilige) arbeidsomstandigheden. Opdrachtgever zoekt zo goed mogelijk aansluiting bij de werkwijze in Nederland. Dit wordt zoveel mogelijk bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst besproken en vastgelegd (zie ook uitgangspunt 34).
d. De uitgangspunten van de Leidraad hebben betrekking op korte films, speelfilms, documentaires, animatie, series en innovatieve mediaproducties, tenzij nadrukkelijk anders aangegeven. Dit betreft zowel (ten dele) publiek, als privaat gefinancierde Audiovisuele producties.
e. Voor Documentaire-producties geldt dat Draaidagen heel andere omstandigheden kennen dan Draaidagen gedurende een Fictie-productie. Anders dan bij Fictie is bijvoorbeeld geen sprake van een ‘statische set’ waarop wordt gedraaid, maar speelt het Draaien zich af in de realiteit. Voor Documentaire-producties is daarnaast veelal een klein team aanwezig op Draaidagen, bestaande uit de regisseur, de director of photography, en het hoofd geluid. Beslissingen (omtrent veiligheid en planning) worden veelal genomen binnen dit teamverband. Aangezien deze Leidraad een aantal uitgangspunten omvat die in de praktijk enkel op Fictieproducties betrekking hebben moeten deze in het geval van Documentaire-producties steeds worden gelezen, geïnterpreteerd en toegepast tegen het licht van de specifieke omstandigheden. Waar nodig zijn voor Documentaire- producties of ander type producties aanvullende (uitgangs)punten toegevoegd.
f. Als vermelding van persoons- en contactgegevens noodzakelijk is, bij toepassing van de uitgangspunten in de Leidraad, wordt deze informatie gebruikt en beheerd binnen de grenzen van de privacywetgeving (AVG en UAVG)¹.
g. In de Leidraad worden hoofdletters gebruikt voor begrippen die omschreven zijn in het Begrippenkader AV-sector dat initieel is vastgesteld op 21 december 2023 (of een opvolger daarvan). Voor de leesbaarheid van de Leidraad zijn hier enkele relevante definities opgenomen:
- Draaidag: Een dag tijdens de Draaiperiode waarop (audio)visuele Opnamen gemaakt worden ten behoeve van de Audiovisuele productie.
- Draailocatie: De locatie waar Opnamen plaatsvinden.
- Draaiperiode: De periode(n) van de eerste tot en met de laatste (Niet-)Draaidag, opgedeeld in Draaiweken.
- Niet-Draaidag: Een dag tijdens de Draaiperiode waarop Werkzaamheden ten behoeve van de Audiovisuele productie worden uitgevoerd door de Opdrachtnemer, maar waarop niet gedraaid wordt.
- Nightshoot: Een Draaidag waarop Werkzaamheden ten behoeve van Opnamen overwegend plaatvinden in de nacht.
- Reistijd: De tijd tussen het moment van vertrek van het overeengekomen vertrekpunt (meestal van huis, het productiekantoor, (Hotel)overnachting of een Productionele overnachtingslocatie) en de door Opdrachtgever bepaalde (Draai)locatie.
- Turnaround tijd: de overeengekomen rusttijd tussen twee Draaidagen, een Draaidag en een Niet-Draaidag of tussen twee Niet-Draaidagen gerekend vanaf de contractueel overeengekomen plaats.
- Werkzaamheden: Alle overeengekomen taken en verantwoordelijkheden van de Opdrachtnemer ten behoeve van de Audiovisuele productie.
- Werkdag(en): Dagen waarop Werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de Audiovisuele Productie.
¹ Meer informatie over privacywetgeving vind je bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Opdrachtgever informeert Opdrachtnemers schriftelijk (via het Callsheet of anderszins) over het volgende:
1. Wie de taak heeft toe te zien op het veiligheidsbeleid¹ en bij wie onveilige situaties gemeld kunnen worden (incl. contactgegevens). Deze taken kunnen worden belegd bij één persoon.
2. Wie de in- en externe vertrouwenspersonen zijn (incl. contactgegevens), bij wie Ongewenste omgangsvormen kunnen worden gemeld (zie uitgangspunt 9).
3. Wie op de Draailocatie de BHV’ers en EHBO’ers zijn (incl. contactgegevens)².
4. De locatie van belangrijke voorzieningen op de door de Opdrachtgever bepaalde (Draai)locatie, zoals de EHBO-doos en de dichtstbijzijnde AED³.
5. De belangrijke noodnummers en contactinformatie van relevante instanties zoals het dichtstbijzijnde ziekenhuis (spoedeisende hulp) en dienstdoende apotheek.
6. De naam en contactgegevens van een vertegenwoordiger van de Opdrachtnemers gezamenlijk en diens taken/verantwoordelijkheden (zie uitgangspunt 11).
¹ Dit kan bijvoorbeeld in de persoon van een HSO (Health and Safety Officer).
² Niet van toepassing op Documentaire-producties.
³ Bij vermoeden van een hartstilstand: bel direct 112, meld of een AED ter plaatse is en volg de aanwijzingen van de meldkamer. Waarschuw de BHV’ers en EHBO’ers.
Opdrachtnemer kan Opdrachtgever informeren over:
7. Een ICE-nummer (In Case of Emergency). Opdrachtnemers kunnen op eigen initiatief doorgeven aan Opdrachtgever met wie er in geval van nood contact kan worden opgenomen door Opdrachtgever of een daartoe aangewezen persoon.
8. Indien bij een productie sprake is van scènes met een intiem karakter (waaronder seksscènes en naaktscènes), scènes met stunts, wapens of andere bijzondere omstandigheden die specifieke expertise vereisen en/of waarbij sprake is van ho(o)g(er) risico, betrekt Opdrachtgever relevante deskundigen zoals een intimiteitscoördinator, stuntcoördinator, of wapenexpert bij de productie. Tijdens de repetities/voorbereidingsdagen draagt Opdrachtgever zorg voor een gesprek met de betrokkenen over de invulling van dergelijke scènes. Als Werkzaamheden als heftig worden ervaren bespreekt Opdrachtgever de behoefte aan nadere begeleiding of nazorg aan betrokkenen.
9. Ongewenste omgangsvormen worden niet getolereerd. Opdrachtgever hanteert duidelijke regels voor omgangsvormen¹, en maakt deze op duidelijke wijze bekend bij alle betrokkenen. Opdrachtgever zorgt ervoor dat grensoverschrijdend gedrag gemeld kan worden bij (een) deskundige vertrouwensperso(o)n(en). Opdrachtnemers kunnen altijd (anoniem) terecht bij steun- en adviespunt Mores (https://mores.online). Eventuele Geheimhoudingsafspraken zijn niet van toepassing op Ongewenste omgangsvormen.
10. Opdrachtgevers en Opdrachtnemers nemen hun verantwoordelijkheid voor het creëren van een inclusieve werkomgeving door gelijkwaardige behandeling van alle werkenden te borgen. Zorg bijvoorbeeld dat is voorzien in adequate vaardigheden en materialen voor alle huidskleuren en haartypes, en het stimuleren van deelname aan een positionality training.
11. Opdrachtnemers kunnen gezamenlijk een vertegenwoordiger aanwijzen uit hun midden en de bevoegdheid van deze vertegenwoordiger bepalen. Een dergelijke vertegenwoordiger kan bijvoorbeeld worden ingezet om gedurende een productie beschikbaar te zijn voor het laagdrempelig melden van onveilige situaties of gedrag. Ook kan de vertegenwoordiger fungeren als woordvoerder namens de Opdrachtnemers gezamenlijk. Opdrachtgever moedigt het werken met een vertegenwoordiger vanuit de gezamenlijke Opdrachtnemers aan.
12. Indien er kinderen deelnemen aan een productie volgen Opdrachtgevers waar van toepassing het Protocol Kinderbegeleiding.
¹ Zie hiervoor het Mediapact – Convenant Sociale Veiligheid Audiovisuele Sector (NCP en NPO).
13. Opdrachtnemer kan altijd eigen eten en drinken meenemen en consumeren tijdens de pauze(s).
14. Een door de Opdrachtgever aangeboden ontbijt, lunch, maaltijd of versnapering bevat gezond (en gevarieerd) eten en drinken.
15. Het gebruik van alcohol, verdovende en/of stimulerende middelen is omwille van de veiligheid van alle betrokkenen voor en tijdens Werkzaamheden niet toegestaan. Het gebruik van alcohol, verdovende en/of stimulerende middelen na de Werkzaamheden komt voor eigen risico van de Opdrachtnemer. Roken mag alleen op de daartoe aangewezen plaatsen.
16. Er wordt zorgvuldig omgegaan met apparatuur, materialen en voertuigen. Mankementen worden direct gemeld bij de uitvoerend producent/Opdrachtgever. Bij omstandigheden die extra veiligheidsmaatregelen behoeven – zoals bijvoorbeeld stunts, inzet van hoogwerkers, drones, gebruik van explosieven of andere gevaarlijke stoffen of wapens – worden aanvullende afspraken gemaakt en maatregelen getroffen, in overeenstemming met de geldende (landelijke, regionale en lokale) wet- en regelgeving.
17. Indien de inzet van specifieke communicatiemiddelen zoals portofoons noodzakelijk is, wordt omwille van de veiligheid vooraf afgestemd welke frequenties worden gebruikt.
18. Opdrachtgever spant zich in om op de door Opdrachtgever bepaalde locatie(s), zorg te dragen voor goede ventilatie, sanitaire voorzien-ingen, (hand)hygiëne en schoonmaak, voor een behaaglijke temperatuur en, tijdens Draaidagen, een Green Room waar Cast (zonder figuranten) kan zitten tijdens pauzes en tussen repetities en Opnamen.¹
¹ Niet van toepassing op Documentaire-producties. Niet van toepassing op locaties die kort worden bezocht i.v.m. locatie scouten/onderzoek voor een Audiovisuele productie.
Om veilige werkomstandigheden te kunnen waarborgen, hanteert Opdrachtgever daar waar hij Werkdagen en werktijden bepaalt, de volgende uitgangspunten voor afspraken met Opdrachtnemers over rust- en werktijden gedurende de voorbereiding, uitvoering en afronding van Werkzaamheden¹:
19. Opdrachtgever hanteert op Werkdagen een maximum van 14 uur waarin Opdrachtnemers aaneengesloten beschikbaar zijn voor de Audiovisuele productie. Hierbij zijn pauzes (als bedoeld bij uitgangspunten 20 en 21), Reistijd en eventueel Noodzakelijk vervoer (als bedoeld bij uitgangspunten 25 en 26) inbegrepen en wordt de aansluitende Turnaround tijd van 10 uur (uitgangspunt 23) gerespecteerd.
20. Op een Werkdag van 10 uur wordt ruimte ingelast voor een 30 minuten durende pauze binnen deze 10 uur, zodat Opdrachtnemer kan rusten en zittend kan eten (bij een Fictieproductie: in/op een daarvoor ingerichte ruimte/plek).
21. In het geval van een ‘Continuous Day’ (een doorlopende Draaidag van meestal 8 uur zonder onderbrekingen bij een Fictieproductie) wordt de lunch uit de hand genuttigd tijdens de Werkzaamheden of wordt de lunch voorafgaand aan de Draaidag genuttigd (ook wel ‘French hours’ genoemd). Gedurende een ‘Continuous Day’ wordt wel rekening gehouden met 15 minuten individuele rusttijd, waarbij kan worden gezeten.
22. Bij een Halve werkdag is er geen ingelaste pauze.
23. Opdrachtnemer wordt na een Werkdag in de gelegenheid gesteld om te rusten voordat een volgende Werkdag start. Deze rusttijd (‘Turnaround tijd’) bedraagt minimaal 10 uur. De Turnaround tijd omvat geen Reistijd of Reisdag. Zie ook uitgangspunt 25.
24. Op een Werkdag ten behoeve van een Fictieproductie wordt in de regel een planning gemaakt op basis van 9,5 uur ‘effectieve werktijd Opdracht’ exclusief 30 minuten pauze. Dit betekent dat gedurende de tijd vanaf de Individuele Call tot de Wrap, of vanaf de overeen-gekomen start tot einde Werkdag, wordt samengewerkt met andere betrokkenen. Voor individuele Opdrachtnemers kan deze effectieve werktijd Opdracht variëren binnen de in uitgangspunt 19 genoemde 14 uur doordat per persoon een individuele Call dan wel start/einde Werkdag wordt overeengekomen. De bij een Fictieproductie gebruikelijke effectieve werktijd Opdracht kan variëren voor andere typen producties.
¹ Indien Opdrachtgever verantwoordelijkheid draagt voor de sturing en coördinatie ten aanzien van planning en het resultaat van de Werkzaamheden.
De volgende voorbeelden dienen als illustratie:
voorbeeld 1: effectieve werktijd Opdracht exclusief 30 minuten pauze
voorbeeld 4: Werkdag voor Postproductie met ca. 8,5 uur effectieve werktijd Opdracht exclusief pauze
Toelichting voorbeeld 3: Op een Werkdag ten behoeve van een Documentaire-productie wordt in de regel door de aanwezige Crew 8,5 uur aaneengesloten gewerkt. Dat is anders dan bij Fictie waar sprake is van een geënsceneerde Draaidag. Om die reden is het uitgangspunt voor een Draaidag documentaire 8,5 uur ‘effectieve werktijd Opdracht’ exclusief 30 minuten pauze. De aanwezige personen op de Draaidagen stellen waar nodig gezamenlijk de invulling van de Draaidagen vast en kunnen deze gezamenlijk aanpassen.
25. Reistijd is geen werktijd of Turnaround tijd. Reistijd vindt plaats binnen de onder uitgangspunt 19 genoemde 14 uur. Bij de berekening van de Reistijd (ten opzichte van de Turnaround tijd) wordt rekening gehouden met een Reistijd van maximaal 2 uur (heen en weer) met een auto per Werkdag. Het vertrekpunt voor de reis wordt in de individuele opdrachtovereenkomst bepaald. Indien de Turnaround tijd niet kan wordt gerespecteerd wanneer de Reistijd van het overeengekomen vertrekpunt naar de Draailocatie langer is dan één uur, treft de Opdrachtgever passende maatregelen zoals het faciliteren van een Hotelovernachting of een aangepaste Call op de aaneengesloten Werkdag. Eventuele onvoorziene vertraging in het verkeer of openbaar vervoer valt niet onder voornoemde 2 uur Reistijd heen en weer.
26. Noodzakelijk vervoer door Opdrachtnemer is geen Reistijd. Noodzakelijk vervoer betreft het transport van Noodzakelijke equipment². Bij Noodzakelijk vervoer starten en eindigen de Werkzaamheden bij het overeengekomen externe verhuurbedrijf/opslaglocatie van de equipment en/of parkeerlocatie van het transportvoertuig.
27. Opdrachtgever ziet erop toe dat de voorlopige planning van Werkdagen – inclusief Nightshoots en werkdagen in het Weekend – bekend wordt gemaakt bij het aangaan van de Opdrachtovereenkomst. Wanneer Nightshoots en Werkdagen in het Weekend op dat moment of voorafgaand aan de start van de Draaiperiode nog niet (allemaal) bekend zijn, deelt de Opdrachtgever deze zo tijdig en specifiek mogelijk mee, zodat Opdrachtnemer hiermee rekening kan houden. Uitgangspunt is dat deze tenminste 120 uur (5 werkdagen) voorafgaand aan de betreffende Werkdag kenbaar worden gemaakt.
28. Nightshoots (Nachturen Draaidag) worden zoveel mogelijk geclusterd. Na meerdere aaneengesloten Nightshoots volgt een Uitslaapdag. Tijdens deze uren worden geen werkzaamheden gepland. Een Uitslaapdag is geen Turnaround weekend en geen Turnaround tijd zoals bedoeld in de uitgangspunten 23 en 29.
29. Wanneer een Draaiperiode bestaat uit aaneengesloten Draaiweken, worden Werkzaamheden binnen een cyclus van 7 dagen zo veel mogelijk gebundeld gepland op steeds maximaal 5 aaneengesloten dagen. Werkzaamheden op een 6e en 7e dag worden zoveel mogelijk vermeden. Opdrachtnemer wordt in de gelegenheid gesteld om gedurende een cyclus van 7 dagen eenmaal 48 uur aaneengesloten rusttijd (‘Turnaround weekend’) te krijgen naast de Turnaround tijd (zoals bedoeld in uitgangspunt 23) en naast een Uitslaapdag (zoals bedoeld in uitgangspunt 28).
30. Opdrachtgever plant een Turnaround weekend bij voorkeur op Weekenddagen.
31. Planning van Werkzaamheden op officiële feestdagen³ wordt bij voorkeur vermeden.
32. Kan het Turnaround weekend door uitzonderlijke omstandigheden in een Draaiperiode niet binnen een cyclus van 7 aaneengesloten dagen worden ingepland, dan wordt Opdrachtnemer in ieder geval in de gelegenheid gesteld om, in aanvulling op de Turnaround tijd, binnen een cyclus van 14 dagen tenminste 96 uur te rusten, waarvan tenminste eenmaal een periode van 48 uur aaneengesloten. Dit betreft een uitzondering.
² Zie het Begrippenkader voor de definitie van Noodzakelijke equipment.
³Een overzicht van officiële feestdagen wordt gepubliceerd door de Rijksoverheid.
Zie hiervoor https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/arbeidsovereenkomst-en-cao/vraag-en-antwoord/officiele-feestdagen
33. Indien Opdrachtgever een deel van Werkzaamheden uitbesteedt aan een Opdrachtnemer met personeel (in dienstverband of daarbuiten), dan is sprake van onderaanneming. In dat geval neemt Opdrachtgever in de overeenkomst met de Opdrachtnemer op dat Opdrachtnemer in zijn rol als Opdrachtgever of werkgever (i) verantwoordelijk is voor het opstellen van een eigen veiligheidsbeleid voor zijn werknemers en/of Opdrachtnemers met minimaal dezelfde uitgangspunten als het overeengekomen beleid van Opdrachtgever, dan wel (ii) het overeengekomen beleid van Opdrachtgever hanteert.
34. Voor Werkdagen in het buitenland geldt dat de Opdrachtgever onderzoekt of eventueel sprake is van extra, of specifieke risico’s voor werkenden. Hiertoe worden in ieder geval de reisadviezen van het Ministerie van Buitenlandse zaken geraadpleegd. Opdrachtgever doet hiervan verslag aan de Opdrachtnemer voorafgaand aan het sluiten van de Opdrachtovereenkomst, zodat de Opdrachtnemer deze omstandigheden kan meewegen bij het aangaan van de overeenkomst.
Indien (de omstandigheden op) een door de Opdrachtgever bepaalde Draailocatie of werklocatie van de Opdrachtnemer in het buitenland wijzigt/wijzigen nadat de Opdrachtovereenkomst is gesloten, of indien een door de Opdrachtgever bepaalde Draailocatie of werklocatie in het buitenland wordt toegevoegd aan de Opdracht die een aanvullend risico voor de werkenden met zich meebrengt, dan wordt dit zo spoedig mogelijk gemeld bij Opdrachtnemer. Opdrachtgever en Opdrachtnemer treden vervolgens in overleg over de gevolgen en de (aanvullende) veiligheidsmaatregelen.
Bij Werkzaamheden in andere landen dient men zich te houden aan de daar geldende wet- en regelgeving, ook ten aanzien van (veilige) arbeidsomstandigheden. Opdrachtgever hanteert de uitgangspunten in deze Leidraad voor zover hij daar invloed op kan uitoefenen.
35. Aanvullend uitgangspunt voor Documentaire-producties.
Indien de Draailocatie of het onderwerp van de Documentaire-productie met zich meebrengt dat de veiligheid van de aanwezige Crew tijdens het Draaien extra aandacht behoeft:
- bespreekt de Opdrachtgever dit zoveel als mogelijk bij het aangaan van de Opdracht, en
- bespreekt de aanwezige Crew (eventueel onder begeleiding van Opdrachtgever) voorafgaand aan de Draaidag(en) en, zo vaak als nodig is, tijdens de Draaidag de (minimale) (veiligheids-) voorwaarden waaraan de werkomstandigheden moeten voldoen om te blijven Draaien, dan wel het Draaien te staken. De regisseur stemt met Opdrachtgever af of extra maatregelen nodig zijn om aan deze (minimale) voorwaarden te voldoen.
- bespreekt Opdrachtgever na afloop van de productie de behoefte aan nazorg voor de Crew en begeleidt Opdrachtnemer waar nodig bij het vinden van de juiste (psychologische) ondersteuning.
De Leidraad veilig en gezond werken AV-Sector omvat uitgangspunten die bedoeld zijn om de fysieke en psychosociale veiligheid te waarborgen van Opdrachtnemers die betrokken zijn bij het produceren van professionele Audiovisuele producties.
Het realiseren van Audiovisuele producties kent vele creatieve, technische, zakelijke en organisatorische uitdagingen en gaat gepaard met hoge ambities. Dit vraagt grote toewijding van alle betrokkenen gedurende het hele proces van ontwikkeling tot (pre- en post-)productie. Daarbij is het belangrijk om oog te houden voor elkaars welzijn. Een gezonde, veilige en professionele werkomgeving creëer je samen.
De Leidraad veilig en gezond werken AV-Sector (hierna: Leidraad) vloeit voort uit gesprekken aan de Platform ACCT Ketentafel Film/AV productie over welzijn, veiligheid en inclusie. Zowel vertegenwoordigers van werkenden (scenaristen, regisseurs, Cast & Crew) als vertegenwoordigers van werkverleners (producenten en de publieke omroepen in hun rol van producent) namen deel aan deze gesprekken. De uitgangspunten zijn geformuleerd door vertegenwoordigers van werkverleners; dit heeft te maken met hun positie als Opdrachtgever.
Verantwoordelijkheid
De Leidraad is van toepassing op werkafspraken tussen professionele Opdrachtgevers en Opdrachtnemers¹. De Leidraad geeft handvatten om gezamenlijk professionele afspraken te maken over de verantwoordelijkheid voor een veilige en gezonde werkomgeving.
Opdrachtnemers zijn net als de Opdrachtgevers ondernemer. Opdrachtnemers zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor hun eigen organisatie en daarmee voor hun eigen welzijn, veiligheid en gezondheid tijdens de uitvoering van Werkzaamheden en geven (anders dan Werknemers) zelf invulling aan de uitvoering van de Opdracht.
Deze zelfstandige invulling van de Werkzaamheden vertaalt zich in algemene zin bijvoorbeeld in:
- Contractuele opleverdata. Bij overeengekomen opleverdata waarmee wordt overeengekomen wanneer (onderdelen/versies van) het resultaat van de Werkzaamheden gereed moet(en) zijn, staat het de Opdrachtnemers vrij om in de periode voorafgaand aan deze opleverdata zelf vorm te geven aan (de planning van) die Werkzaamheden.
- Eigen afstemming. Wanneer Opdrachtnemers gedurende de uitvoering van Werkzaamheden samenwerken met andere Opdrachtnemers of Werknemers van de werkverlener, dan stemt de Opdrachtnemer dit in beginsel zelf onderling af.
- Risicodragerschap. Opdrachtnemers dragen zelf het risico voor (de kwaliteit van) hun Werkzaamheden en voor arbeidsongeschiktheid.
Zowel Opdrachtgevers als Opdrachtnemers dragen zorg voor passende verzekeringen, daar waar zij dit nodig vinden, dit wettelijk of contractueel vereist is, en/of dit mag worden verwacht van een professionele ondernemer.
Door de aard van de Werkzaamheden in de audiovisuele sector, kan het voor de Opdrachtgever noodzakelijk zijn Werkzaamheden van Opdrachtnemers onderling (deels) te coördineren. Eigen aan Audiovisuele producties is immers dat deze vrijwel alleen gerealiseerd kunnen worden door gedeeltelijke samenwerking (al dan niet op één locatie) tussen de verschillende betrokken partijen. Dat coördinatie en planning vereist zijn om tot een (goed) eindresultaat te komen ligt met andere woorden besloten in de aard van de Werkzaamheden.
Wanneer de Opdrachtgever noodzakelijkerwijs (ten dele) de omstandigheden bepaalt waaronder gewerkt wordt, draagt de Opdrachtgever een van de RI&E² afgeleide verantwoordelijkheid voor de veiligheid van alle werkenden inclusief Opdrachtnemers bij het bepalen van die omstandigheden.
Het toepassingsbereik van de Leidraad betreft specifiek die omstandigheden waarbij de aard van de Werkzaamheden met zich meebrengt dat coördinatie en planning door de Opdrachtgever vereist is en ook wordt uitgeoefend, om het resultaat van de gezamenlijke opdracht(en) door middel van onderlinge samenwerking te kunnen realiseren. De Opdrachtgever bepaalt dan gedurende een bepaalde periode en/of op een bepaalde locatie (deels) de omstandigheden waaronder wordt samengewerkt. Voorbeelden:
- Indien de Opdrachtgever de locatie heeft bepaald die nodig is voor de gezamenlijke uitvoering van Werkzaamheden, dan is de Leidraad van toepassing op de omstandigheden op die locatie.
En/of
- Indien de Opdrachtgever de planning (dagen/tijden) bepaalt om de gezamenlijke uitvoering van Werkzaamheden mogelijk te maken, dan is de Leidraad van toepassing op die geplande dagen/tijden waarop deze gecoördineerde Werkzaamheden plaatshebben.
Opdrachtgevers zijn uiteraard onverkort verplicht om uitvoering te geven aan geldende wet- en regelgeving met betrekking tot werkomstandigheden. De Leidraad vervangt deze wet- of regelgeving niet.
¹ Wanneer een werkverlener werkenden in dienst heeft, is hij als Werkgever verantwoordelijk voor een gezonde en veilige werkomgeving van zijn Werknemers. De Arbowet schrijft voor dat de Werkgever risico’s op de werkplek moet inventariseren en passende voorzorgsmaatregelen moet nemen. Dat gebeurt door middel van een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en bijbehorend plan van aanpak om deze risico’s te beheersen. De Werkgever moet voor elke werklocatie die door hem is bepaald een RI&E opstellen. Dat geldt dus zowel voor de vaste werkplek (zoals een productiekantoor), als voor overige locaties (zoals een Draailocatie). Meer informatie vind je bij het Steunpunt RI&E en via Arboportaal (artikel 5 Arbowet).
² Let op: het kan voorkomen dat bepaalde financiers het opstellen van een RI&E eisen in hun voorwaarden.
Veilig(er) werken vergt betrokkenheid en eigenaarschap van alle partijen die betrokken zijn bij het realiseren van producties.
Het is aan Opdrachtgevers om voorafgaand aan de start van Werkzaamheden op basis van de uitgangspunten in deze Leidraad een veiligheidsbeleid en plan van aanpak te maken, dat is toegesneden op de betreffende Audiovisuele productie. Elke productie is immers anders.
Dit kan door (i) de uitgangspunten uit deze Leidraad integraal over te nemen, (ii) deze aan te vullen, (iii) hiervan beargumenteerd af te wijken om ze aan te laten sluiten bij de specifieke omstandigheden van de productie.
Opdrachtgever neemt de verantwoordelijkheid om (i) Opdrachtnemers te informeren over (het relevante deel van) het veiligheidsbeleid en plan van aanpak en (ii) toe te zien op de naleving daarvan. Op die manier zijn alle werkenden op de hoogte van het veiligheidsbeleid en weten zij waar vragen kunnen worden gesteld en misstanden kunnen worden gemeld.
Aan de hand van het veiligheidsbeleid maken de Opdrachtgever en Opdrachtnemer werkafspraken die vastgelegd kunnen worden in individuele overeenkomsten tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer.
Bij de vertaling naar een specifieke productie maakt de Opdrachtgever een inschatting van de effecten die de specifieke omstandigheden van de productie hebben op de Productieplanning en de beschikbaarheid van betrokkenen. De Opdrachtgever informeert alle Opdrachtnemers over de relevante specifieke omstandigheden waaronder gewerkt zal worden zodra deze vaststaan en bekend zijn (denk aan: de locatie, samenstelling van de Crew, etc.) en van de (voorlopige) planning. Zodoende kan daarmee rekening gehouden worden bij het maken van werkafspraken.
Onderdeel van de werkafspraken is dat er na Werkzaamheden voldoende tijd is om uit te rusten. Opdrachtgevers bieden hiertoe gelegenheid. Op hun beurt nemen Opdrachtnemers hun verantwoordelijkheid om de geboden Turnaround tijd of het Turnaround weekend te benutten om vervolgens voldoende uitgerust Werkzaamheden te kunnen verrichten.
Wanneer sprake is van specifieke risicovolle omstandigheden zoals een weeralarm, negatief reisadvies (categorie rood) of pandemie, wint Opdrachtgever relevante informatie in via de (websites van) Rijksoverheid, Veiligheidsregio’s, RIVM en KNMI – en treft hij waar nodig passende maatregelen om veilige werkomstandigheden te kunnen waarborgen.
Opdrachtnemers moeten altijd voldoende ruimte hebben en houden om hun Werkzaamheden zelf in te richten en vorm te geven. Het welzijn en de veiligheid van Opdrachtnemers moeten steeds hand in hand gaan met de creativiteit en coördinatie die nodig zijn voor het productieproces.
Behalve voor Opdrachtnemers en Opdrachtgevers biedt de Leidraad ook houvast aan de betrokken financiers. Het is noodzakelijk dat Audiovisuele producties toereikend zijn gefinancierd, zodat Werkzaamheden tijdens de (Scenario)ontwikkeling, Preproductie, Draaiperiode en Postproductie realistisch kunnen worden begroot, gepland en verricht.
Piekbelasting
Tijdens het productieproces kan sprake zijn van piekbelasting. Lange(re) werkdagen kunnen dan niet altijd worden vermeden. Op zulke momenten, waarbij een beroep wordt gedaan op de flexibiliteit van de Opdrachtnemer, is extra waakzaamheid geboden om ervoor te zorgen dat alle betrokkenen veilig en gezond kunnen (blijven) werken. Opdrachtgever ziet er op dergelijke momenten extra op toe dat er passende oplossingen worden aangeboden, bijvoorbeeld om nog op verantwoorde wijze thuis of in een hotel te komen en de Turnaround tijd te respecteren.
Wijzigingen
Soms ligt er een behoorlijke periode tussen het moment dat de Opdrachtovereenkomst tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer tot stand komt, en het moment waarop Werkzaamheden daadwerkelijk starten en de veiligheidsrisico’s zich kunnen voordoen. Opdrachtgever draagt er zorg voor dat tussentijdse wijzigingen in werkomstandigheden tijdig worden gemeld en waar nodig worden vertaald naar aanvullende of aangepaste maatregelen.
LEIDRAAD VEILIG EN GEZOND WERKEN AV-SECTOR
De Leidraad is opgesteld als redelijke norm door vertegenwoordigers van de Opdrachtgevers in het kader van de nadere uitwerking van de Intentieverklaring Audiovisuele Sector en de Fair Practice Code.
Dit is gebeurd op basis van vele gesprekken met, en inbreng van de partijen die zijn vertegenwoordigd aan de Platform ACCT Ketentafel Film/AV productie onder leiding van onafhankelijk voorzitter Doreen Boonekamp binnen het programma fairPACCT van Platform ACCT.
Dit zijn: Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA), Nederlandse Content Producenten (NCP), Nederlandse Publieke Omroep (NPO), College van Omroepen (CvO), Kunstenbond, FNV Media & Cultuur, FijnWeekend, Dutch Directors Guild (DDG), Dutch Production Association (DPA), Auteursbond, Netwerk Scenarioschrijvers, Nederlandse vereniging van Cinema-Editors (NCE), Netherlands Society of Cinematographers (NSC), Vereniging Constructief Audio (VCA), Art, Costume en Make-up & Hair professionals (ACM), Post supervisors Netwerk Nederland (PNN), ACT acteursbelangen (ACT) en de Nederlandse Agenten Associatie (NAA).
Het is de bedoeling dat bovengenoemde partijen de uitgangspunten van de Leidraad hanteren.
Versie 1.0 van de Leidraad is vastgesteld op 29 februari 2024 en met ingang van 1 april 2024 in werking getreden. Opdrachtgevers zullen de Leidraad tenminste jaarlijks evalueren en waar nodig bijstellen, waarbij een vertegenwoordiging van Opdrachtnemers wordt betrokken om aansluiting te houden met de praktijk.
De actuele versie van de Leidraad wordt steeds gepubliceerd op de website van Platform ACCT onder het programma fairPACCT bij de praktijkinstrumenten voor de Ketentafel Film/AV: https://fairpacct.nl/ketentafel-film-av
en op de websites van de volgende verenigingen:
Nederlandse Audiovisuele Producenten Alliantie (NAPA)
Nederlandse Content Producenten (NCP)
Versie 2.0 van de Leidraad is vastgesteld op 24 oktober 2024, gepubliceerd in december 2024 en treedt met ingang van 1 januari 2025 in werking. Versie 2.0 (december 2025) is inhoudelijk ongewijzigd en alleen aangepast in vormgeving, in lijn met de andere praktijkinstrumenten van de Ketentafel Film/AV productie.